28 Karakteristieken van de hand in het Fragiele X syndroom (Xq27).

Fantoom figuur van de hand voor het Fragiele X syndroom!

In 1986 presenteerd Alexander Rodewald het eerste ‘fantoom figuur’ dat typische hand kenmerken beschrijft bij het Fragiele X syndroom. Echter vervolgens zijn er geen nieuwe ‘fantoom figuren’ meer gepubliceerd. Maar eerder deze maand (februari 2010) is dan toch eindelijk een update beschikbaar gekomen – welke 28 typische kenmerken beschrijft voor de hand bij het Fragiele X syndroom (overigens 2% tot 6% van de mensen met autisme hebben het Fragiele X syndroom!).

Wat zijn de meest voorkomende hand kenmerken bij het Fragiele X syndroom?

HANDLIJNEN:
Een veel voorkomend kenmerk betreft de berucht ‘simiaanlijn‘; maar ook de minder bekende Sydney line wordt relatief vaak aangetroffen bij het Fragiele X syndroom.

DERMATOGLYFEN:
Hierbij moet vooral op het patroon van de middelvinger worden geled (in combinatie met de wijsvinger en de ringvinger); vaak wordt bij het Fragiele X syndroom een ‘radiale lus’ en/of een boog patroon aangetroffen (de normale ‘ulnaire lus’ komt minder vaak voor bij het Fragiele X syndroom) – in combinatie met ‘transversaal’ (horizontaal) patroon in de huidlijsten in de handpalm bij de vingers (huidlijsten A t/m D).

HANDVORM:
Een relatief brede handpalm behoort ook tot de typische karakteristieken, en de lengte van de handpalm is meestal enigszins kort. De vingerlengte is relatief lang in verhouding tot de lengte van de handpalm, maar enigszins kort verhouding tot de breedte van de handpalm.

LET OP: De auteur van het nieuwe ‘fantoom figuur’ voor het Fragiele X syndroom beschrijft een specifieke richtlijn waarin wordt vermeld dat in de meeste gevallen van het fragiele X syndroom bepaalde combinaties van de 28 kenmerken worden waargetroffen, welke betrekking hebben op zowel de vingers als de handpalm!

Meer details beschikbaar via:
Hoe vormt de ‘simiaanlijn’ een herkenningspunt voor het Fragiele X syndroom?

Foto: voorbeeld van een baby hand met hyperflexibele vingerkoortjes – een veelvoorkomend kenmerk van het Fragiele X syndroom.
Voorbeeld van een baby hand met hyperflexibele vingerkoortjes - een veelvoorkomend kenmerk van het Fragiele X syndroom.

DERMATOGLYFEN: Een introductie tot de patronen in de huidlijsten van de hand.

Dermatoglyfen – Nieuws, rapportages & onderzoek!

Het woord ‘dermatoglyfen‘ [dermatoglyphics] werd in 1926 geintroduceerd door Harold Cummins – het woord refereerd naar de studie van de pattronen & karakteristieken van de huidlijsten van onze handen (en voeten). Wat zijn de basiseigenschappen van de dermatoglyfen in de menselijke hand?

DERMATOGLYFEN IN DE VINGERTOPPEN:

Wereldwijd wordt bij de meeste populaties op de vingertoppen [fingerprints] de zogenaamde ‘ulnaire lus’ [ulnar loop] het meest frequent aangetroffen (zie: de vingerafdruk op de pink in het hierboven weergegeven plaatje). Op de individuele vingers worden ‘ulnaire lussen’ [loops] het meest frequent aangetroffen op de pink (en daarna op de middelvinger); daarentegen worden lussen het minst frequent aangetroffen op de wijsvinger.
In sommige Aziatische populatie wordt echter de ‘spiraal’ [whorl] (zie: de afdruk op de ringvinger in het bovenstaande plaatje) iets vaker aangetroffen dan de ‘ulnaire lus’. T.a.v. de individuele vingers worden ‘spiralen’ [whorls] het meest aangetroffen op de duim en de ringvinger.
Uit populatie onderzoek blijkt meestal dat op de wijsvinger meer variatie wordt aangetroffen dan bij andere vingers. Zo wordt bijvoorbeeld het meest voorkomende patroon – de ‘ulnaire lus’ – het minst vaak aangetroffen op de wijsvinger, welke daarentegen vaker meer zeldzame patronen laat zien zoals: de ‘boog’ [boog], ‘tent’ [tented arch], ‘spiraal’ [whorl], of de ‘radiale lus’ [radial loop] (zie: het patroon op de wijsvinger in het bovenstaande plaatje).

DERMATOGLYFEN IN DE HANDPALM:

De variatie in de dermatoglyfen van de handpalm zijn veel complexer dan de variaties op de vingertoppen [fingerprints]. Een belangrijk sleutel-element vormt de aanwezigheid van de zogenaamde ‘triradii’ in de handpalm (zie de punten a, b, c, d, and t in het bovenstaande plaatje): normaal wordt iedere vinger vergezeld door een triradius in de handpalm – triradius t behoort bij de duim (de duimmuis – ook bekend als de ‘thenar’ of in de hand analyse ‘Venus heuvel’ kan hierbij worden herkend als het ‘derde kootje’ van de thumb – want de duim heeft slechts 2 kootjes terwijl alle andere vingers normaal gesproken 3 kootjes hebben).
Echter, het aantal ‘triradii’ in de handpalm is ook afhankelijk van de aanwezigheid van ‘lussen’ in de handpalm (of: ‘spiralen’). Normaal gesproken kan het verband tussen het aantal vingers (D = digits), triradii in de handpalm (T), en het aantal lussen in de handpalm (L) worden beschreven met de volgende formule, welke ook wel bekend is als de topologische formule van Penrose (Lionel Penrose heeft deze formule in 1965 geintroduceerd):

T = L + D – 1

Meer details zijn beschikbaar via:
De functie van de vingerafdrukken & de dermatoglyfen van de hand!

Plaatje: voorbeeld van enkel van de meest voorkomende patronen in de dermatoglyfen van de handpalm en de vingers.

[LET OP – Het plaatje bevat een klein foutje: want de handpalm heeft normaal gesproken meestal één palmaire ‘lus’ in combinatie met 5 palmaire triradii – hieruit kan worden afgeleid dat de ‘c-lijn’ (welke begint in de triradius onder de ringvinger) eigenlijk de handpalm zou moeten verlaten tussen de pink en de hartlijn – en dus niet tussen de ringvinger en de middelvinger zoals weergegeven in onderstaande afbeelding.]

De meest voorkomende dermatoglyfen in de handpalm en op de vingertoppen.

Albert Einstein is de persoon van de 20-ste eeuw.

In 1999 werd Albert Einstein door Time Magazine uitgeroepen tot persoon van de 20-ste eeuw. De eer viel Einstein toe o.a. ontleend aan zijn ‘relativiteit theory’, zijn wereldberoemde formule “E=mc2” en zijn Nobel-prijs voor ‘de wet van het foto-effect’. Voor hen die het niet weten: Einstein was een Duitse theoretische-natuurkundige.

Wat vertellen de handen van Albert Einstein?

De handen van Einstein (beide zijn hieronder weergegeven) worden gekenmerk door o.a. het volgende kenmerk:

• In beide handen staat de hoofdlijn los van de levenslijn – in de handanalyse wordt dit meestal geassocieerd met meest HET kenmerk van een onafhankelijke denker!

Overigens, het werk en de prestaties van de natuurkundige geven er blijk van dat Einstein inderdaad een onafhankelijke denker was. Maar het onafhankelijk denken van Einstein kwam niet alleen tot uitdrukking in zijn in beroepsuitoefening, want op 3 october 1900 in een brief aan zijn vrouw omschrijft Albert Einstein zijn vrouw als:

“A creature who is my equal and who is as strong and independent as I am.”

[“Een creatuur die mijn gelijke is en die net zo sterk en onafhankelijk is als ikzelf.”]

Enkele andere opvallende kenmerken in de handen van Albert Einstein zijn:

• De hoofdlijn is in beide handen ‘lang’ met een splitsing;
• In beiden handen: 2 lange verticale lijnen onder de ringvinger (zonnelijn);
• De basis kootjes van de vingers zijn opvallend kort;
• De vingers zijn opvallend kort (vooral in de rechterhand);
• De vingerpatronen hebben veel ‘spiralen’ (alleen op beide pinken en de rechter middelvinger zit een ‘lus’).

PS. De handafdrukken van Albert Einstein zijn afkomstig uit:

“Hand und Persönlichkeit”, auteur: Marianne Raschig; Gebrüder Henoch Verlag, Hamburg 1931, Bd. I, S.134

Een grotere versie dan de hieronder weergegeven afbeeldingen kunnen hier worden bekeken: Albert Einstein rechterhand & Albert Einstein linkerhand.

De rechterhand van Albert Einstein.

De linkerhand van Albert Einstein.